20.000 stappen op een stedentrip, zonder blaren: de beste schoenen voor een stedentrip!
Een stedentrip in het najaar: heerlijk. Geen hitte, minder toeristen en overal terrasjes met een dekentje. Alleen... je loopt je er wel suf. Dat ene steegje nog, die viewpoint bovenop de heuvel, nog even dat conceptstorewinkeltje om de hoek. Voor je het weet staat je stappenteller op twintigduizend. Of meer!
En dan is het dag twee. Je wordt wakker, stapt in je schoenen en au: daar zit hij. De blaar die de rest van je trip gaat bepalen. Zonde! Want met een beetje voorbereiding loop je Lissabon, Porto of Rome gewoon van begin tot eind op een glimlach door.
Ken je ondergrond
De mooiste Europese steden zijn vaak ook de lastigste om op te lopen. Denk aan de glimmende kalksteentjes in Lissabon, de kasseien in Porto en de bolle sampietrini in Rome. Prachtig op de foto, maar ongelijk, hard en na een regenbui spiegelglad.
Laat dunne ballerina's en sneakers met een gladde zool daarom lekker thuis. Kies een schoen met een zool die een beetje dempt én grip heeft. Je voeten (en je knieën) zullen je aan het eind van de dag dankbaar zijn.
Neem nooit gloednieuwe schoenen mee
We snappen het: een nieuwe reis verdient nieuwe schoenen. Maar wie ze voor het eerst aantrekt op het vliegveld, vraagt om problemen. Leer moet zich eerst een beetje naar je voet vormen, en een stugge hielkap ontdek je liever thuis dan halverwege een heuvel.
Koop je speciaal iets voor je trip? Doe dat dan een paar weken van tevoren en loop ze in. Eerst een uurtje door het huis, daarna naar de supermarkt en tot slot een flinke wandeling. Zit alles na zo'n middag nog goed? Dan mogen ze mee in de koffer.
Je voeten worden groter onderweg (echt waar)
Na een paar uur lopen zetten je voeten uit, zeker als het nog een beetje warm is. Een schoen die 's ochtends in het hotel perfect zit, kan 's middags op de zijkanten gaan drukken. En daar ontstaan de meeste blaren: niet omdat je schoen te kort is, maar omdat hij te smal is.
Let daarom niet alleen op je maat, maar ook op de wijdte. Sommige merken houden daar slim rekening mee. Het Duitse Hassia bijvoorbeeld maakt zijn sneakers en enkellaarsjes in extra wijdtes, voor wie een bredere voet of hoge wreef heeft. Leuk detail voor reizigers: hun modellen heten onder meer Porto, Milano, Madeira en Ravenna. Op de Porto naar Porto, iemand? ;-)
Twee paar mee, en wissel af
Ja, het kost ruimte in je koffer. Maar twee paar comfortabele schoenen zijn op een stedentrip goud waard. Elk paar drukt net op een andere plek, dus door af te wisselen krijgen je voeten steeds even rust. Bovendien kan een paar dat nat is geworden in een herfstbui rustig drogen.
Praktisch idee: draag het zwaarste paar (bijvoorbeeld je enkellaarsjes) tijdens de reis zelf. Dan houd je in je koffer ruimte over voor de lichte sneakers, en voor alles wat je onderweg nog gaat scoren.
De mini-blarenkit voor in je tas
Voel je ergens iets schuren? Grijp dan meteen in, niet pas als het 's avonds in het hotel al te laat is. Met deze vier dingen in je tas ben je overal op voorbereid:
- Blarenpleisters: plak ze al op een plek die rood wordt, nog vóór er een blaar ontstaat.
- Een extra paar sokken: bij voorkeur van wol of een ademende mix, geen katoen. Droge voeten krijgen minder snel blaren.
- Een klein stickje anti-schuurbalsem: smeer het op hielen en tenen voor je vertrekt.
- Een opvouwbaar tasje: voor die sokken die je onderweg verwisselt (of voor dat ene leuke vondstje).
Klaar voor vertrek
Goede schoenen zijn misschien niet het eerste waar je aan denkt als je een stedentrip boekt. Toch bepalen ze meer dan je denkt hoe je terugkijkt op je reis. Met de juiste voorbereiding loop je dag drie net zo vrolijk de heuvel op als dag één. En die extra steegjes? Die neem je er gewoon nog even bij!